Lezingen van 1 juni 2020

Gedachtenis heilige Maria, Moeder van de Kerk

Op 3 maart 2018 heeft het Vaticaan het besluit van paus Franciscus meegedeeld, dat in de hele Kerk van de Romeinse ritus de viering van Maria onder de titel “Moeder van de Kerk” wordt ingevoerd als een jaarlijkse verplichte gedachtenis.

De beslissing is gepubliceerd in een decreet, ondertekend door de prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten, kardinaal R. Sarah, alsmede door de secretaris, aartsbisschop A. Roche, op 11 februari 2018 bij gelegenheid van de 160e verjaardag van de eerste verschijning van Onze Lieve Vrouw te Lourdes.

Het decreet is vergezeld zowel van een toelichting door de kardinaal prefect, als van een bijlage met de Latijnse teksten voor de formulieren voor de mis, het getijdengebed en het Romeins Martyrologium. De bisschoppenconferenties dienen de vertaling ervan goed te keuren en na het verkrijgen van de Romeinse “confirmatie” te publiceren.

Het decreet wijst erop, dat bij de overweging van de mysteries van Christus en van het wezen van de Kerk de Maagd Maria niet buiten beschouwing kan blijven, omdat zij zowel de Moeder is van Christus als van de Kerk. Augustinus zei al dat Maria de moeder is van de ledematen van de Kerk, omdat zij door haar liefde heeft meegewerkt aan de geboorte van de gelovigen in de Kerk. Paus Leo de Grote verkondigde dat de geboorte van het Hoofd ook de geboorte van het Lichaam is en hij duidde Maria tevens aan als moeder van Christus, de Zoon van God, én als moeder van de ledematen van het mystieke lichaam, nl. de Kerk.

“Deze overwegingen ontspringen aan het goddelijk moederschap van Maria en aan haar band met het werk van de Verlosser, dat zijn hoogtepunt vindt op het uur van het kruis. Staande naast het kruis ontving moeder Maria het liefdestestament van haar Zoon, waardoor zij alle mensen, vertegenwoordigd in de persoon van de geliefde leerling, aannam als kinderen die herboren moesten worden tot het goddelijke leven. Zo werd zij de liefdevolle moeder van de Kerk, die door Christus werd verwekt op het kruis, toen Hij de Geest gaf. Van zijn kant koos Christus in zijn geliefde leerling alle leerlingen uit als vertegenwoordigers van zijn liefde tegenover zijn Moeder, door haar aan hen toe te vertrouwen, zodat zij haar zouden eren met de genegenheid van kinderen.”

De zalige paus Paulus VI riep op 21 november 1964 aan het eind van de derde zittingsperiode van het Tweede Vaticaans Concilie de heilige Maagd Maria uit tot “Moeder van de Kerk”. Bij gelegenheid van het heilig Jaar van de verzoening (1974) werd ter ere van de Heilige Maria, Moeder van de Kerk, een votiefmis opgesteld.

In zijn commentaar wijst kardinaal Sarah erop, dat in de loop van de jaren de invoeging van de viering van “Maria, Moeder van de Kerk” in de eigen kalender van sommige landen op de maandag na Pinksteren werd goedgekeurd en ingevoerd (bijv. in Polen en Argentinië). Deze viering werd voor andere dagen goedgekeurd met betrekking tot bijzondere plaatsen, zoals de Basiliek van Sint-Pieter, waar de afkondiging van deze titel door Paulus VI plaats had gevonden. Ook sommigen ordes en congregaties verkregen de goedkeuring voor de eigen teksten van deze viering. Nu wordt deze viering in heel de Latijnse kerk ingevoerd.

(Deze tekst is overgenomen van de website van de Nationale Raad voor Liturgie;
zie: https://rkliturgie.nl/nieuwsberichten/invoering-gedachtenis-maria-moeder-van-de-kerk-dag-na-pinksteren)

Eerste lezing: Uit het boek Genesis, 3, 9-15. 20
Nadat Adam in de tuin van Eden van de boom gegeten had, riep God de Heer de mens en vroeg hem: Waar zijt gij? Hij antwoordde: Ik hoorde uw donder in de tuin en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen. Maar God de Heer zei: Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt? Hebt ge soms gegeten van de boom die Ik u verboden heb? De mens antwoordde: De vrouw die Gij mij als gezellin gegeven hebt, zij heeft mij van die boom gegeven en toen heb ik gegeten. Daarop vroeg God de Heer aan de vrouw: Hoe hebt ge dat kunnen doen? De vrouw zei: De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten. God de Heer zei toen tot de slang: Omdat ge dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten. Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten, alle dagen van uw leven! Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Dit zal uw kop bedreigen en gij zijn hiel. De mens noemde zijn vrouw Eva, want zij is de moeder geworden van alle levenden.

of:

Eerste lezing: Uit het boek Handelingen, 1, 12-14
Nadat Jezus ten hemel was opgenomen, keerden de apostelen van de Olijfberg naar Jeruzalem terug. Deze berg ligt dichtbij Jeruzalem op sabbatsafstand. Daar aangekomen gingen zij naar de bovenzaal waar zij verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Thomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, zoon van Alfeüs, Simon de IJveraar en Judas, de broer van Jakobus. Zij bleven allen eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.

Tussenzang: Ps. 87 (86), 1-2. 3 en 5. 6-7.

Antifoon: Hoe groots is het wat er van u wordt gezegd, stad van God!

Zijn stad op de heilige bergen:
de Heer heeft haar lief;
de poorten van Sion veel meer
dan alle tenten van Jakob.

Hoe groots is het wat er van u wordt gezegd,
Jeruzalem, stad van God!
Zij zullen dan zeggen: Mijn moeder is zij,
uit haar zijn wij allen geboren.
En Hij zal het zelf verklaren,
de Allerhoogste, de Heer.

Hij zal in het boek der volkeren schrijven:
Ook dezen horen daar thuis.
Dan zullen zij dansen en zingen:
De bron van ons leven zijt Gij.

Alleluia:
Alleluia. O gelukkige Maagd, die de Heer ter wereld heeft gebracht; heilige moeder van de Kerk, die in ons de Geest van uw Zoon, Jezus Christus, bevordert. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes, 19, 25-34.
In die tijd stonden bij het kruis van Jezus zijn moeder en de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen Jezus de moeder zag en bij haar staande de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot de moeder: Vrouw, zie uw zoon. Vervolgens zei Hij tot de leerling: Zie uw moeder. En van dat uur af nam de leerling haar bij zich op.
Hierna, wetend dat nu alles was volbracht, opdat de Schrift zou worden volbracht, zei Jezus: Ik heb dorst. Er stond daar een kruik vol zure wijn. Ze staken dus een spons vol zure wijn op een hysopstengel en brachten die aan zijn mond. Toen Jezus dan van de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht, en nadat Hij het hoofd had gebogen, gaf Hij de geest.
Aangezien het voorbereidingsdag was en opdat de lichamen niet aan het kruis bleven op sabbat – want het was de grote dag van die sabbat – vroegen de Joden aan Pilatus dat van hen de benen werden gebroken en zij zouden worden weggehaald. Daarop kwamen de soldaten en braken de benen van de eerste en van de andere die met Hem was gekruisigd. Toen zij echter bij Jezus kwamen en zagen dat Hij reeds dood was, braken zij zijn benen niet; maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans en onmiddellijk kwam er bloed en water uit.

Vieringen door de week

H. Nicolaas Baarn 

Lauden: iedere werkdag 8.15 – 8.30 uur

Eucharistie: dinsdag 19.00 – 19.45 uur

woensdag/donderdag: 8.45 – 9.30 uur

vrijdag: 19.00 – 20.00 uur

HH. Michael en Laurens de Bilt

Dinsdag 10:00 uur, Gebedsviering

H. Nicolaas Eemnes

Donderdag 10.00 uur, afwisselend Eucharistie en Gebedsviering

Petrus en Pauluskerk Soest

Woensdag 9.00 uur, Gebedsviering

Vrijdag 9.00 uur, afwisselend Eucharistie en Gebedsviering

Contact

Parochiesecretariaat HH. Martha en Maria:
Steenhoffstraat 41
3764 BJ Soest
KvK nr 74836048
Bereikbaar op maandag en woensdag tot en met vrijdag van 9.00 tot 12.00 uur.
E-mailadres: info@marthamaria.nl
Telefoonnummer: 035-6011320

U kunt ook het contactformulier gebruiken.