Lezingen van 1 mei 2020

Vrijdag na de derde zondag van Pasen

Vrije gedachtenis van de heilige Jozef, arbeider
De herdenking van de heilige Jozef als patroon van de arbeid werd in 1955 ingesteld door paus Pius XII. Op deze dag gedenkt de Kerk het werkzame leven van de echtgenoot van Maria. Volgens de Evangelies van Marcus en Matteüs was Jozef timmerman in de stad Nazaret in Galilea.
In veel landen is 1 mei de Dag van de Arbeid. De R.K.-Kerk brengt op deze dag in herinnering wat volgens het christelijk geloof de waarde van de menselijke arbeid is. De Katechismus van de Katholieke Kerk zegt hierover:
“De menselijke arbeid komt rechtstreeks van de mensen die geschapen zijn naar Gods beeld en die als opdracht gekregen hebben met en voor elkaar de aarde te onderwerpen en zo het scheppingswerk voort te zetten. Werken is dus een plicht: ‘Als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten’ (2 Tess. 3, 10).
De arbeid is een eerbetoon aan de gaven van de Schepper en aan de talenten die men gekregen heeft. Hij kan ook een verlossende waarde hebben. Door de last van de arbeid te verdragen in vereniging met Jezus, de werkman van Nazaret en de gekruisigde van Calvarië, werkt de mens in zekere zin mee met de Zoon van God aan het werk van de verlossing. Hij toont zich een leerling van Christus door elke dag het kruis op te nemen bij het uitvoeren van het werk dat hem is opgedragen. De arbeid kan een middel tot heiliging zijn en ertoe bijdragen de aardse werkelijkheid te bezielen in de Geest van Christus.” (KKK nr. 2427)

Eerste lezing: Uit de Handelingen der Apostelen, 9, 1-20.
In die dagen ging Saulus, die in ziedende woede de leerlingen van de Heer met de dood bedreigde, naar de hogepriester aan wie hij brieven vroeg voor de synagogen in Damascus, om alle aanhangers van de nieuwe leer die hij daar zou vinden, mannen zowel als vrouwen, gevangen naar Jeruzalem te mogen voeren. Toen hij op zijn tocht Damascus naderde omstraalde hem plotseling een licht uit de hemel. Hij viel ter aarde en hoorde een stem die hem zei: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? Hij sprak: Wie zijt gij, Heer? Hij antwoordde: Ik ben Jezus, die gij vervolgt. Maar sta op en ga de stad in; daar zal iemand u zeggen wat ge doen moet. Zijn reisgezellen stonden sprakeloos, want zij hoorden wel de stem, maar zagen niemand. Saulus stond van de grond op, maar hoewel zijn ogen open waren zag hij niets. Zij namen hem dus bij de hand en brachten hem Damascus binnen. Drie dagen lang kon hij niet zien en at en dronk hij niet. Nu woonde er in Damascus een leerling die Ananias heette, en tot hem sprak de Heer in een visioen: Ananias. Hij antwoordde: Hier ben ik, Heer. De Heer vervolgde: Begeef u naar de Rechte Straat en vraag in het huis van Judas naar Saulus van Tarsus; hij is juist in gebed. Deze zag reeds in een visioen een man, Ananias, binnenkomen en hem de handen opleggen opdat hij weer zou zien. Maar Ananias wierp tegen: Heer, ik heb van velen gehoord hoeveel kwaad die man uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan. Ook hier heeft hij van de hogepriesters volmacht om allen die uw Naam aanroepen in boeien te slaan. De Heer beval hem: Ga, want die man is mijn uitverkoren werktuig om mijn Naam uit te dragen onder heidenen en koningen en onder de zonen van Israël. Ik zal hem laten zien hoeveel hij om mijn Naam moet lijden. Toen begaf Ananias zich naar het huis, trad binnen en legde Saulus de handen op met de woorden: Saul, broeder, de Heer heeft mij gezonden, Jezus die u op de weg hierheen verschenen is, opdat ge weer zien moogt en vervuld moogt worden van de heilige Geest. Op hetzelfde ogenblik vielen hem als het ware de schellen van de ogen. Hij zag weer en terstond liet hij zich dopen. Hij nam voedsel tot zich en kwam weer op krachten. Enige tijd bleef hij bij de leerlingen in Damascus. Terstond begon hij in de synagoge Jezus te prediken en zei: Deze is de Zoon Gods.

Tussenzang: Ps. 117 (116), 1-2.

Antifoon: Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het Evangelie aan heel de schepping. (Mc. 16, 15)

Looft nu de Heer, alle naties der aarde,
huldigt de Heer, alle volken rondom.

Omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft;
de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand.

Alleluia: Joh. 10, 27.
Alleluia. Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer, en Ik ken ze en ze volgen Mij. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes, 6, 52-59
In die dagen geraakten de Joden met elkaar in twist en zeiden: Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven? Jezus sprak daarop tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Zoals Ik door de Vader die leeft, gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij. Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen, die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven. Dit zei Jezus bij zijn onderricht in de synagoge van Kafarnaüm.

Lezingen bij de vrije gedachtenis van de heilige Jozef, arbeider

Eerste lezing uit de Handelingen van de apostelen, 5, 17-26.
In die dagen werden de hogepriester en heel zijn aanhang, die de partij der Sadduceeën vormden, met hevige afgunst vervuld. Zij grepen de apostelen en zetten hen in de stadsgevangenis. Maar in de nacht ontsloot een engel des Heren de deuren van de gevangenis, leidde hen naar buiten en zei: Gaat, treedt weer op in de tempel en predikt aan het volk al deze woorden des Levens. Zij gaven hieraan gehoor, gingen tegen de morgen naar de tempel en gaven er onderricht. Toen nu de hogepriester kwam met de zijnen, riepen zij het Sanhedrin bijeen, de raad der oudsten van het volk van Israël, en stuurden dienaren naar de gevangenis om hen te halen. Maar bij aankomst vonden de dienaren hen niet meer in de kerker. Zij keerden terug met het bericht: Wij vonden de gevangenis stevig op slot en de wachten voor de deuren op hun post, maar toen wij opendeden troffen wij niemand aan. Toen zij dit vernamen, vroegen de tempelcommandant en de hogepriesters, – ongerust daarover – zich af wat voor gevolgen dit zou kunnen hebben. Maar iemand kwam hun melden: De mannen die gij in de kerker hebt gezet, bevinden zich in de tempel en onderrichten het volk. Daarop ging de bevelhebber met zijn dienaren hen halen – maar zonder geweld te gebruiken, uit angst door het volk gestenigd te worden.

Tussenzang Ps. 90 (89), 2, 3-4. 12-13. 14 en 16.

Antifoon: Bestuur onze handen, Heer, bij al wat zij doen.

Voordat de bergen geboren waren,
voordat de aarde was voortgebracht,
zijt Gij, God, van eeuwig tot eeuwig.
Wat sterfelijk is vergaat weer tot stof,

Gij zegt: keer terug, kind van mensen.
Voor U zijn duizend jaren één dag,
als gisteren dat al voorbij is,
een uur van slaap in de nacht.

Leer ons onze dagen naar waarde te schatten
en zo te komen tot wijsheid van hart.
Laat af, Heer, hoe lang nog pijnigt Gij ons?
Wees toch uw dienaars genadig.

Verleen ons van nu af uw rijkste zegen
en laat heel ons leven gelukkig zijn.
Laat zien aan uw dienaars waartoe Gij in staat zijt
en toon aan hun zonen uw heerlijkheid.

Alleluia Ps. 68 (67), 20.
Alleluia. De Heer zij geloofd, dag aan dag: Hij draagt onze lasten, de God van ons heil. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs, 13, 54-58.
In die tijd begaf Jezus zich naar zijn vaderstad en onderwees hen in hun synagoge, zodat ze verbaasd zeiden: Waar heeft Hij die wijsheid vandaan en de macht om wonderen te doen? Is Hij niet de zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broeders Jakobus, Jozef, Simon en Judas? Wonen zijn zusters niet allen bij ons? Waar heeft Hij dat alles vandaan? En zij namen er aanstoot aan. Maar Jezus sprak tot hen: Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad en in zijn eigen kring. En wegens hun ongeloof deed Hij daar niet veel wonderen.

Vieringen door de week

H. Nicolaas Baarn 

Lauden: iedere werkdag 8.15 – 8.30 uur

Eucharistie: dinsdag 19.00 – 19.45 uur

woensdag/donderdag: 8.45 – 9.30 uur

vrijdag: 19.00 – 20.00 uur

HH. Michael en Laurens de Bilt

Dinsdag 10:00 uur, Gebedsviering

H. Nicolaas Eemnes

Donderdag 10.00 uur, afwisselend Eucharistie en Gebedsviering

Petrus en Pauluskerk Soest

Woensdag 9.00 uur, Gebedsviering

Vrijdag 9.00 uur, afwisselend Eucharistie en Gebedsviering

Contact

Parochiesecretariaat HH. Martha en Maria:
Steenhoffstraat 41
3764 BJ Soest
KvK nr 74836048
Bereikbaar op maandag en woensdag tot en met vrijdag van 9.00 tot 12.00 uur.
E-mailadres: info@marthamaria.nl
Telefoonnummer: 035-6011320

U kunt ook het contactformulier gebruiken.