Lezingen van 19 september 2020

Zaterdag in week 24 door het jaar

Vrije gedachtenis van de H. Januarius, bisschop en martelaar
Samen met enige andere christenen onderging Januarius, als bisschop van Beneventum, tijdens de kerkvervolging van Diocletianus, keizer van 284 tot 305, in 305 de marteldood te Napels, waar hij bijzonder vereerd wordt. Vele wonderen vonden er op zijn voorspraak plaats. Nog steeds is een groot wonder het driemaal per jaar – op de zaterdag voor de eerste zondag in mei, 19 september en 16 december – terugkerende bloedwonder, waarvan voor het eerst melding wordt gemaakt in 1389. Wat gebeurt er nou precies. De bisschop plaatst een reliekhouder met daarin hermetisch afgesloten, achter dubbeldik glas, twee ampullen bloed voor een zilveren buste met daarin, naar wordt aangenomen, het hoofd van Januarius. In het kleinste van de twee flesjes zitten sporen van bloed, in de grootste van de twee zit ondoorzichtig gedroogd bloed. In de periode die daarop volgt, wordt het bloed vloeibaar en begint te borrelen. De ene keer rustig en oogt de ampul halfvol, de andere keer vult het ogenschijnlijk verse bloed wild bruisend de hele ampul. In mei en september vindt het wonder bijna iedere keer plaats, in december gebeurt het geregeld dat het wonder uitblijft. Het uitblijven van het mirakel wordt door de Napolitanen gezien als een slecht voorteken. Zo schrijven zij de zware aardbeving van 1976 toe aan het niet vloeibaar worden van het bloed in mei van dat jaar.

Eerste lezing: Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte, 15, 35-37. 42-49.
Broeders en zusters,
Iemand zal vragen: Hoe verrijzen de doden? Met wat voor lichaam? Een dwaze vraag! Ook wat gij zelf zaait moet eerst sterven voor het tot leven komt, en wat gij zaait is slechts een graankorrel of iets dergelijks, en het heeft nog niet de vorm die het zal krijgen. Zo is het ook met de opstanding van de doden; wat gezaaid wordt in vergankelijkheid, verrijst in onvergankelijkheid; wat gezaaid wordt in geringheid en zwakte, verrijst in heerlijkheid en kracht. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst. Zoals er een natuurlijk lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam. In deze zin staat er geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levend wezen. De laatste Adam werd een levendmakende Geest. Maar het geestelijke komt niet het eerst; het natuurlijke gaat vooraf, daarna komt het geestelijke. De eerste mens, uit de aarde genomen, is aards; de tweede is uit de hemel. Zoals die eerste mens van aarde, zijn alle aardse mensen, zoals de hemelse Mens zullen alle hemelsen zijn. En gelijk wij het beeld van de aardse mens hebben gedragen, zo zullen wij ook het beeld dragen van de hemelse Mens.

Tussenzang: Ps. 56 (55), 10c-11. 12-13.

Antifoon: Ik kan voortgaan voor Gods Aanschijn,
in het licht dat alle levenden verlicht.

Ja, ik weet het, God verlaat mij niet.
Op de Heer en zijn belofte,
op de Heer vertrouw ik zonder vrees;
hoe zou dan een mens mij deren?

Wat ik beloofd heb, God, zal ik volbrengen,
U breng ik het offer van mijn lof.
Want door U ben ik de dood ontkomen,
Gij behoedt mijn voeten voor de val.
Daardoor kan ik voortgaan voor Gods Aanschijn,
in het licht dat alle levenden verlicht.

Alleluia: 1 Joh. 2, 5.
Alleluia. Wie het woord van de Heer bewaart, in Hem is waarlijk Gods liefde volkomen. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas, 8, 4-15.
In die tijd verzamelde zich een grote menigte en uit de steden stroomden de mensen naar Jezus toe. Toen sprak Hij in een gelijkenis: De zaaier ging uit om zijn zaad te zaaien. En bij het zaaien viel een gedeelte op de weg; het werd vertrapt en de vogels uit de lucht aten het op. Een ander gedeelte viel op de rotsgrond; het schoot wel op, maar droogde uit omdat het geen vocht had. Weer een ander gedeelte viel tussen de distels, maar tegelijkertijd schoten de distels op en verstikten het. Nog een ander gedeelte viel op goede grond; het schoot op en bracht honderdvoudige vrucht voort. En met luide stem voegde Hij er aan toe: Wie oren heeft om te horen, hij luistere. Zijn leerlingen vroegen Hem wat die gelijkenis wel betekende. Hij antwoordde: Aan u is het gegeven de geheimen van het Rijk Gods te kennen, maar de overigen ontvangen ze in gelijkenissen opdat zij ziende niet zien, en horende niet begrijpen. Welnu, de betekenis van de gelijkenis is deze: Het zaad is het woord van God. Die op de weg, zijn zij die geluisterd hebben. Maar dan komt de duivel en rooft het woord uit hun hart weg, opdat ze niet door te geloven gered worden. Die op de rots, zijn zij die het woord met blijdschap ontvangen wanneer zij het horen, maar zij hebben geen wortel; zij geloven voor een ogenblik, maar ten tijde van de beproeving vallen zij af. Wat onder de distels viel, zijn zij die wel geluisterd hebben, maar gaandeweg door de zorgen, de rijkdom en de genoegens van het leven verstikt raken en niet tot rijpheid komen. Het zaad in de goede aarde, zijn zij die het woord dat zij hoorden in een goed en edel hart bewaren en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid.

Vieringen door de week

H. Nicolaas Baarn 

Lauden: iedere werkdag 8.15 – 8.30 uur

Eucharistie: dinsdag 19.00 – 19.45 uur

woensdag/donderdag: 8.45 – 9.30 uur

vrijdag: 19.00 – 20.00 uur

HH. Michael en Laurens de Bilt

Dinsdag 10:00 uur, Gebedsviering

H. Nicolaas Eemnes

Donderdag 10.00 uur, afwisselend Eucharistie en Gebedsviering

Petrus en Pauluskerk Soest

Woensdag 9.00 uur, Gebedsviering

Vrijdag 9.00 uur, afwisselend Eucharistie en Gebedsviering

Contact

Parochiesecretariaat HH. Martha en Maria:
Steenhoffstraat 41
3764 BJ Soest
KvK nr 74836048
Bereikbaar op maandag en woensdag tot en met vrijdag van 9.00 tot 12.00 uur.
E-mailadres: info@marthamaria.nl
Telefoonnummer: 035-6011320

U kunt ook het contactformulier gebruiken.