Lezingen van 22 oktober 2022

Zaterdag in week 29 door het jaar

Vrije gedachtenis van de heilige Johannes Paulus II, paus
Karol Jozef Wojtyla zag op 18 mei 1920 in Wadowice (Polen) het levenslicht. Zijn moeder overleed toen hij nog maar 8 jaar oud was. In 1932 overleed zijn broer Edmund. In 1938 ging Karol studeren in Krakau. Hij had zich ingeschreven aan de faculteit wijsbegeerte, waar de sectie Poolse filologie deel van uitmaakte. Hij was vastbesloten Pools letterkundige te worden. Toen in 1939 de Duitsers Polen binnenvielen, sloegen vader en zoon Wojtyla net als zoveel anderen op de vlucht, maar vanwege de zwakke gezondheid van Karol senior moesten ze naar Krakau terugkeren. In november 1939 werd de universiteit van Krakau door de Duitsers gesloten. Karol was echter actiever dan ooit, ondanks zijn werkloosheid en het stopzetten van zijn studie. “Ik lees, schrijf, studeer, bid en voer een innerlijke strijd.” In augustus 1940 kon hij in een restaurant als loopjongen aan de slag. Daarna werd hij aangesteld in een steengroeve. Op 18 februari 1941 overleed zijn vader. Karol, nog maar 21 jaar oud, stond er in de grimmige oorlogstijd plotseling helemaal alleen voor. In 1943 schreef hij zich in aan de illegale theologische faculteit van Krakau. Na de bevrijding van Polen keerde hij terug naar de heropende Jagiello Universiteit in Krakau. Op 1 november 1946, Allerheiligen, werd hij tot priester gewijd. De volgende dag, Allerzielen, droeg hij zijn eerste mis op. Voor verdere studie werd hij in het najaar van 1946 naar Rome gestuurd. In juni 1948 keerde Karol na anderhalf jaar studie in Rome als doctor in de theologie terug naar Polen. Hij was gepromoveerd op een filosofisch proefschrift over de Spaanse mysticus Johannes van het Kruis. Nog in hetzelfde jaar 1948 promoveerde hij aan de Jagiello Universiteit in Krakau als doctor in de theologie. Als kapelaan werkte hij in Niegowice en Krakau.
Paus Pius XII benoemde Karol Wojtyla op 4 juli 1958 tot hulpbisschop van Krakau. In die hoedanigheid nam hij deel aan het Tweede Vaticaans Concilie. Op 13 januari 1964 benoemde paus Paulus VI hem tot aartsbisschop van Krakau. Op 29 mei 1967 kreeg hij het bericht dat paus Paulus VI hem tot kardinaal had verheven. Op 16 oktober 1978 werd hij gekozen tot paus en nam de naam Johannes Paulus II aan. Als wapenspreuk koos hij: Totus tuus, geheel de uwe, waarbij ‘uwe’ slaat op Maria. Paus Paulus VI was als eerste paus de wereld rondgetrokken. Johannes Paulus II was van plan in zijn voetsporen te treden. En hoe!
Op 13 mei 1981 werd op het Sint-Pietersplein een aanslag op de paus gepleegd door Mehmet Ali Agca. Johannes Paulus II geloofde dat zijn leven wonderbaarlijk was gered door Onze Lieve Vrouw van Fatima. De kogel zou later verwerkt worden in de kroon van het beroemde Mariabeeld van Fatima.
Historici zijn het er inmiddels wel over eens: Johannes Paulus leverde een wezenlijke bijdrage aan de ondergang van het Oostblok, die zijn apotheose beleefde bij de val van de Berlijnse Muur in 1989. Meteen al na zijn pausverkiezing was Wojtyla de inspirator van het Poolse anticommunistische verzet.
Vanaf het jaar 2000 ging de gezondheid van Johannes Paulus II hard achteruit. Hij overleed in de avond van 2 april 2005. Paus Benedictus XVI verklaarde zijn directe voorganger zalig op 1 mei 2011. Paus Franciscus verklaarde hem heilig op 27 april 2014.

Eerste lezing: Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze, 4, 7-16.
Broeders en zusters,
Aan ieder van ons afzonderlijk is de genade verleend naar de maat van Christus’ gave. Daarom zegt de Schrift: Hij is opgevaren naar den hoge, Hij heeft gevangenen meegevoerd, Hij heeft gaven gegeven aan de mensen. Hij is opgestegen: dit betekent dat Hij eerst in de diepte is afgedaald, tot op de aarde. Hij die is neergedaald, is dezelfde die ook is opgestegen, hoog boven alle hemelen, om het heelal te vervullen. Hij heeft ook gaven gegeven: sommigen maakte Hij apostelen, anderen profeten, anderen evangelisten, weer anderen herders en leraars. Zo heeft Hij de heiligen toegerust voor het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen tezamen komen tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon, tot de volmaakte Man, tot de gehele omvang van de volheid van de Christus. Dan zullen wij niet langer onmondig zijn, heen en weer geslingerd en meegesleurd door elke windvlaag, ik bedoel: elke leer die door het valse spel van sluwe mensen wordt uitgedacht om tot dwaling te verleiden. Neen, laten wij de waarheid spreken in liefde en zo geheel naar Christus toegroeien. Hij is het Hoofd waaruit het hele lichaam kracht put. Als een welsluitend geheel, bijeengehouden door de steun van al zijn gewrichten, bereikt het zijn volle wasdom door de werkzaamheid die ieder deel is toegemeten, en bouwt het zichzelf op in liefde.

Tussenzang: Ps. 122 (121), 1-2. 3-4a. 4b-5.
Antifoon:    Hoe blij was ik, toen men mij riep:
                    wij trekken naar Gods huis!

Hoe blij was ik, toen men mij riep:
wij trekken naar Gods huis!
Nu mag mijn voet, Jeruzalem,
uw poorten binnen treden.

Jeruzalem, ommuurde stad,
zo dicht opeen gebouwd:
naar u trekken de stammen op,
de stammen van Gods volk.

Zij gaan naar Israëls gebruik
de Naam van God vereren.
Daar staan de zetels van het recht,
de troon van Davids huis.

Alleluia: 1 Tess. 2, 13.
Alleluia. Ontvangt het goddelijk Woord niet als een woord van mensen, maar als wat het inderdaad is: het Woord van God. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas, 13, 1-9.
In die tijd waren er bij Jezus enkele mensen die Hem vertelden wat er gebeurd was met de Galileeërs, van wie Pilatus het bloed met dat van hun offerdieren vermengd had. Daarop zei Jezus: Denkt ge, dat onder alle Galileeërs alleen deze mensen zondaars waren, omdat zij dat lot ondergaan hebben? Volstrekt niet, zeg Ik u. Maar als gij u niet bekeert, zult ge allen op een dergelijke manier omkomen. Of de achttien die gedood werden, doordat de toren bij de Siloam op hen viel: denkt ge dat die alleen schuldig waren onder alle mensen die in Jeruzalem woonden? Volstrekt niet, zeg Ik u. Maar als gij niet tot bekering komt, zult ge allen op eenzelfde wijze omkomen. Toen vertelde Hij deze gelijkenis: Iemand had een vijgenboom die in zijn wijngaard geplant stond; hij kwam zoeken of er vrucht aan zat, maar vond niets. Toen zei hij tot de wijngaardenier: Al sinds drie jaar kom ik aan deze vijgenboom vruchten zoeken, maar ik vind er geen. Hak hem om. Waartoe put hij nog de grond uit? Maar de man gaf hem ten antwoord: Heer, laat hem dit jaar nog staan; laat mij eerst de grond er omheen omspitten en er mest op brengen. Misschien draagt hij het volgend jaar vrucht; zo niet, dan kunt ge hem omhakken.

Vieringen door de week

H. Nicolaas Baarn 

Lauden: iedere werkdag 8.15 – 8.30 uur

Eucharistie: dinsdag 19.00 – 19.45 uur

woensdag/donderdag: 8.45 – 9.30 uur

vrijdag: 19.00 – 20.00 uur

HH. Michael en Laurens de Bilt

Dinsdag 10:00 uur, Gebedsviering

H. Nicolaas Eemnes

Donderdag 10.00 uur, afwisselend Eucharistie en Gebedsviering

Petrus en Pauluskerk Soest

Woensdag 9.00 uur, Gebedsviering

Vrijdag 9.00 uur, afwisselend Eucharistie en Gebedsviering

Contact

Parochiesecretariaat HH. Martha en Maria:
Steenhoffstraat 41
3764 BJ Soest
KvK nr 74836048
Bereikbaar op maandag en woensdag tot en met vrijdag van 9.00 tot 12.00 uur.
E-mailadres: info@marthamaria.nl
Telefoonnummer: 035-6011320

U kunt ook het contactformulier gebruiken.