Lezingen van 27 november 2020

Vrijdag in week 34 door het jaar

Vrije gedachtenis van de heilige Oda (bisdom ‘s-Hertogenbosch)
Oda was de dochter van een Schotse koning. Als jong meisje was zij blind geworden. Zij leidde daarom een teruggetrokken leven, gewijd aan overweging en gebed. Op zekere dag hoorde de koning van wonderbaarlijke genezingen bij het graf van de heilige Lambertus in Luik en hij stuurde Oda erheen. Aangekomen bij de stad en de kerk van St. Lambertus, bad zij vurig tot God dat Hij haar van haar blindheid zou genezen. Haar gebed werd verhoord. Na haar thuiskomst vierde het hele land feest. De koning had echter niet verwacht dat zijn dochter haar vroegere teruggetrokken levenswijze zou voortzetten. Hij verlangde van haar dat zij ging uitzien naar een goede partij voor een huwelijk. Dit weigerde zij, waardoor de verhouding tussen vader en dochter onder druk kwam te staan. Oda besloot te vluchten. Zo belandde ze in Taxandrië, het huidige Brabant. In de woeste binnenlanden ontmoette zij een rijke en edele dame, die haar toestond een stuk land te ontginnen. De naam Rode (later gewijzigd in Sint Oedenrode), dat ‘ontgonnen stuk land’ betekent, wijst op de ontginning rondom de heuvel waar Oda tot haar dood woonde. Oda werd begraven op de plaats waar zij geleefd had: de Odaberg. Na verloop van tijd verscheen er ‘s nachts boven haar graf een helder licht. Het gerucht hierover verspreidde zich overal. Gelovigen begonnen het graf van Oda te bezoeken. Er wordt ook over haar verteld dat zij vóór haar verblijf in Sint-Oedenrode in Venray en Weert had gewoond. Uit Weert zou zij zijn verdreven door het voortdurende gekras van eksters in het bos waar zij woonde. Daarom wordt Sint-Oda vaak met een ekster afgebeeld. Vanouds werd deze heilige aangeroepen in allerlei nood, maar speciaal tegen oogkwalen en ziekten aan het hoofd.

Eerste lezing: Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes, 20, 1-4. 11 – 21, 2.
Ik, Johannes, zag een engel uit de hemel neerdalen met de sleutel van de Afgrond en een grote ketting in zijn hand. En hij greep de Draak, de oude Slang – dat is de Duivel, de Satan – en hij boeide hem voor duizend jaren, en hij wierp hem in de Afgrond, die hij grendelde en verzegelde boven zijn hoofd, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden voordat de duizend jaren voorbij waren. Daarna moet hij voor een korte tijd worden losgelaten. En ik zag tronen en zij namen daarop plaats en hun werd het oordeel gegeven. Ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en het woord van God, die het Beest en zijn beeld niet hadden aanbeden en het merkteken niet hadden aangenomen op hun voorhoofd en hun hand. En zij werden weer levend en heersten met Christus, duizend jaren lang. Toen zag ik een grote, witte troon, en Hem die daarop gezeten is. De aarde en de hemel vluchtten weg van zijn aanschijn en hun plaats werd niet meer gevonden. En ik kon de doden, groot en klein, voor de troon zien staan. En de boeken werden geopend. Nog een ander boek werd geopend, het boek des levens. En de doden werden geoordeeld naar hun daden, zoals die in de boeken beschreven stonden. En de zee gaf haar doden terug, en de dood en de onderwereld gaven hun doden terug, en zij werden geoordeeld, eenieder naar zijn daden. Toen werden dood en onderwereld in de vuurpoel geworpen. Dit is de tweede dood, de poel van vuur. En ieder wiens naam niet stond in het boek des levens, werd geworpen in de poel van vuur. En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meer. En ik zag de heilige Stad, het nieuwe Jeruzalem, van God uit de hemel neerdalen, schoon als een bruid die zich voor haar man heeft getooid.

Tussenzang: Ps. 84 (83), 3. 4. 5-6a. 8a.

Antifoon: Zie hier Gods woning onder de mensen.

Mijn ziel verlangt en hunkert naar uw heiligdom.
Mijn hart en heel mijn wezen
gaan juichend uit naar U, de God die leeft.

Want zelfs de mussen vinden wel een schuilplaats,
de zwaluwen een nestje voor hun broed;
voor mij is dat uw altaar, Heer der hemelmachten,
mijn Koning en mijn God.

Gelukkig zij, die wonen in uw huis, o Heer,
die U daar altijd mogen prijzen.
Gelukkig die op U mag steunen,
hij zal zijn weg vervolgen met hernieuwde kracht.

Alleluia: Joh. 15, 5.
Alleluia. Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer; niemand komt tot de Vader tenzij door Mij. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas, 21, 29-33.
In die tijd maakte Jezus een vergelijking en zei tot zijn leerlingen: Kijkt naar de vijgenboom en naar alle andere bomen: zodra ze uitlopen weet ge vanzelf, als ge dat ziet, dat de zomer in aantocht is. Zo ook, wanneer ge al deze dingen ziet, weet dan dat het Rijk Gods nabij is. Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal niet voorbijgaan vóór dit alles geschied is. Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.

Vieringen door de week

H. Nicolaas Baarn 

Lauden: iedere werkdag 8.15 – 8.30 uur

Eucharistie: dinsdag 19.00 – 19.45 uur

woensdag/donderdag: 8.45 – 9.30 uur

vrijdag: 19.00 – 20.00 uur

HH. Michael en Laurens de Bilt

Dinsdag 10:00 uur, Gebedsviering

H. Nicolaas Eemnes

Donderdag 10.00 uur, afwisselend Eucharistie en Gebedsviering

Petrus en Pauluskerk Soest

Woensdag 9.00 uur, Gebedsviering

Vrijdag 9.00 uur, afwisselend Eucharistie en Gebedsviering

Contact

Parochiesecretariaat HH. Martha en Maria:
Steenhoffstraat 41
3764 BJ Soest
KvK nr 74836048
Bereikbaar op maandag en woensdag tot en met vrijdag van 9.00 tot 12.00 uur.
E-mailadres: info@marthamaria.nl
Telefoonnummer: 035-6011320

U kunt ook het contactformulier gebruiken.