Carolus Borromeüs

Je bent van harte welkom in onze kerk!

Elk weekend zijn er vieringen. We zijn een relatief kleine gemeenschap, daarom werken we veel samen met de Willibrord gemeenschap in Soest. Ondere andere in de locatieraad en de pastoraatsgroep. We hebben een actieve groep die regelmatig activiteiten voor kinderen organiseert, zoals bijvoorbeeld de Kidskerk.

In ons parochiecentrum naast de kerk drinken we na de viering koffie met elkaar en organiseren we andere activiteiten om elkaar te ontmoeten. Ook daar ben je van harte welkom!

Nieuwsbrieven

Nieuwsbrief RK Driepunt juli 2021

Nieuwsbrief RK Driepunt maart 2021

Nieuwsbrief RK Driepunt januari 2021

RK Driepunt nummer 9 December 2020

RK Driepunt nummer 8 november 2020

RK Driepunt nummer 7 oktober 2020

RK Driepunt 2020 nummer 6 september-oktober

RK Driepunt 2020 nummer 5 juli augustus

RK Driepunt 2020 nummer 4 juni

RK Driepunt 2020 nummer 3 mei juni

RK Driepunt maart april 2020

RK Driepunt januari 2020

RK Driepunt december 2019

RK Driepunt november 2019

RK Driepunt oktober 2019

RK Driepunt september 2019

RK Driepunt juli-augustus

Extra informatie

Beeldmeditatie Zondag 10 oktober 2021

U kijkt naar vier plaatjes van Pater Damiaan. Op 11 oktober 2009 werd hij heilig verklaard. De afbeeldingen vormen een prachtige illustratie bij het evangelie van deze dag. Daar horen we de jongeman aan Jezus vragen: ‘Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?’ Het eeuwig leven: wat moeten we ons daarbij voorstellen? Jezus heeft er een duidelijk beeld van. Aan het Laatste Avondmaal bidt Hij tot zijn Vader: “Dit is het eeuwig leven, dat zij U kennen, de enige, ware God en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus”, zo lezen we bij Johannes (17,03). Eeuwig leven is God kennen. Dat bereik je blijkbaar niet door de geboden te onderhouden, al doe je dat nog zo goed. De man uit ons verhaal zegt dat hij dat allemaal van jongs af aan gedaan heeft, en toch vraagt hij wat hij nou moet doen om het eeuwig leven te verwerven, om God te kennen. Daarbij is het goed te beseffen dat in de bijbel het woord ‘kennen’ een heel intieme betekenis heeft. Datzelfde woord ‘kennen’ wordt ook gebruikt voor seksuele gemeenschap. Zo staat er aan het begin van de bijbel: ‘Adam kénde zijn vrouw Eva: zij werd zwanger en baarde een zoon.’ Kunt u nagaan wat Jezus ons toewenst als Hij bidt dat wij God en Hem zouden mogen kennen… En dat is blijkbaar ook waar die man uit het verhaal naar verlangt, wellicht zelfs zonder het precies te beseffen. Een intieme omgang met God.

Hoe laat God zich kennen? Door Jezus. Als dat waar is, dan willen we nog eens met extra aandacht luisteren naar het antwoord dat Jezus vandaag geeft. Hij zegt: “Ga verkopen wat je bezit. Geef het weg aan de armen, en dan kom je terug om mij te volgen.” Is dat niet een prachtig portretje van God zelf? Hij geeft alles wat hij heeft weg: liefde, genade, barmhartigheid. Hij geeft het weg aan de armen. Dat is wat Jezus zelf gedaan heeft. Hij had toch immers gewoon bij zijn vader in de timmerwinkel van Nazareth kunnen blijven? Vakkundig werk afleveren, een eerlijke prijs bedingen en vriendelijk zijn klanten te woord staan? Dat was toch goed geweest? Wat heeft hem dan bezield dat alles op te geven en de zijde te kiezen van tollenaars en zondaars, van zieken en gekwetsten, kortom van mensen die volgens de heersende opvatting onrein waren en buitengesloten moesten worden? Dan wist hij toch dat hij op tegenstand en verzet zou stuiten? Wat heeft hem bezield?

Paulus gaat nog veel verder. Hij gaat ervan uit dat Jezus eigenlijk thuishoort bij God in de hemel, aan de rechterhand van de Vader. Welnu, zelfs dat heeft Jezus allemaal opgegeven. ‘Hij die bestond in goddelijke majesteit, heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God. Hij heeft zichzelf ontledigd. Hij is aan de mensen gelijk geworden. Hij heeft zich vernederd tot de dood…’ (Filippenzen 02,06-08). Waarom? Om ons terzijde te staan. Ons leven te leven en zelfs onze dood te ondergaan. En wát voor een dood. Wat een solidariteit! Wat een onvoorstelbare liefde. Je verstand staat er bij stil. De jongeman met zijn vraag naar het eeuwig leven is ontsteld. Geen wonder. En toch is dat wat in de eerste lezing ‘wijsheid’ wordt genoemd. De wijsheid van God. Als je die eenmaal hebt geproefd, gaat er niets boven.

Het leven van Pater Damiaan laat zich perfect samenvatten in dit verhaal. Toen er een missionaris werd gezocht voor Molokai, het melaatseneiland, bood hij zich met graagte aan. Vanaf 10 mei 1873 deelde hij het leven van de melaatsen. Onder uiterst moeilijke omstandigheden probeerde hij aan deze vergeten groep mensen de troost en hoop van het evangelie te brengen. Na enige tijd liet hij de bisschop weten dat hij wilde blijven: zijn plaats was onder de melaatsen. Daar wilde God hem hebben. Met zijn mensen, die door de buitenwereld waren afgeschreven, probeerde hij een menswaardig bestaan op te bouwen. Naast het geestelijk dienstwerk van het toedienen van de sacramenten, godsdienstles geven, zieken bezoeken enzovoort, zorgde hij – met behulp van het thuisfront- ook voor de organisatie van materiële en maatschappelijke voorzieningen. Zo bouwde hij met eigen handen een kerkje, legde hij een eerbiedig kerkhof aan, richtte een schamel ziekenhuisje in, droeg zorg voor scholing en onderwijs, en stelde zelfs een heuse fanfare samen. Drie jaar voor zijn dood gaf hij aan waar hij zijn kracht vandaan haalde. Hij schreef: “Zonder de aanwezigheid van onze goddelijke Meester in mijn kleine kapel zou ik nooit mijn lot aan dat van de melaatsen van Molokaï voor altijd kunnen verbinden.”

Heiligen zijn mensen die het evangelie actueel maken. We hebben geen enkele moeite dat in Pater Damiaan terug te vinden. Wat heeft hem bezield? Waarom moest hij zo nodig naar die verdoemde lepralijders op dat onzalige eiland. Hij had toch gewoon op de boerderij van zijn vader kunnen blijven en goed werk afleveren? Of – net als zijn broer – plattelandspastoor worden ergens in een Vlaams dorp? Dat was toch ook goed geweest? Waarom zoiets afschuwelijks als lepralijders? Als je het hem zelf gevraagd zou hebben, zou hij geantwoord hebben: “Ik heb alleen maar gedaan wat Jezus ons aanraadt: Geef alles weg wat je bezit. En volg mij!” En net als Jezus is hij daarin heel ver gegaan. Tot het uiterste. Willens en wetens heeft hij zich niet verzet tegen het besmettingsgevaar. Uiteindelijk is hijzelf lepralijder geworden. Afzichtelijk om te zien. Als je zijn foto’s vergelijkt van toen hij nog gezond was en toen hij later ziek was geworden: dan is hij onherkenbaar. Wat een solidariteit. Wat een liefde. Je verstand staat er bij stil.

Soms vragen kinderen (en niet alleen zij!): ‘Waarom kun je God niet zien?’ Het antwoord zou kunnen luiden: “Wij kunnen God niet zien, want Hij heeft zichzelf wég-gegeven. Letterlijk en figuurlijk” Er is een verhaal dat Pater Damiaan tegen het eind van zijn leven op het melaatseneiland werd opgezocht door een oude vriend van vroeger; laten we hem Lieven noemen. Die ziet wel overal melaatsen, maar zijn oude vriend Damiaan ziet hij nergens. Een van de melaatsen zegt hem: “Hij is vast in de kerk bezig. Als u hem roept, komt hij wel tevoorschijn.” Maar in de kerk ziet hij Damiaan niet. Dan roept hij: “Weet iemand waar Pater Damiaan ergens is?” Een van de melaatsen staat op, en herkent zijn vriend: “Lieven! Wat doe jij hier!?” Dan pas herkent Lieven zijn vriend van vroeger…

Waarom kon Lieven zijn oude vriend Damiaan niet zien? Die had zichzelf weg-gegeven, en nu zag hij er heel anders uit dan zijn oude vriend dacht. Waarom kunnen wij God niet zien? Die heeft zichzelf weg-gegeven, en nu ziet Hij er heel anders uit dan wij denken…

De kunstenaar Laforêt-Chaudoir maakte een wandtapijt waarop een aantal scènes uit het leven van pater Damiaan te zien zijn. Eerst zien we hem als jonge priester op het melaatseneiland aankomen. Vervolgens zien we hoe hij door de lepra is aangetast. Maar met enige goede wil zijn de trekken van de jonge priester nog wel te herkennen.

Hoe anders is dat bij de echte foto’s. Enerzijds de jonge priester, anderzijds de oude geestelijke van nog geen vijftig jaar, aangevreten door de lepra. Onherkenbaar. Geen wonder dat zijn oude vriend hem niet kon herkennen. Hij had zichzelf weggegeven. In solidariteit met zijn mensen. Net als Jezus. Net als God zelf.

[± 1990, Laforêt-Chaudoir, wandtapijt; België, Tremolo, Pater Damiaanmuseum.
De foto’s ervan zijn ontleend aan de reproducties in de Antoniuskapel te Leuven. Dries van den Akker s.j./2009.10.11]

Verwijzingen

Markus 10,21: Jaar B door het jaar 28e zo

Oecumene

 

De meest recente nieuwsbrief van de Landelijke Raad van Kerken

Ga naar de nieuwsbrief

Over leiderschap gesproken

Over leiderschap gesproken…

Een van de hot items in deze dagen is “leiderschap”.
Waar zijn de betrouwbare leiders, mensen met visie die een keuze durven maken en mensen daarin meenemen. Het speelt in de politiek, bij de pogingen om tot een kabinet te komen, het speelt op zoveel plaatsen in de samenleving, ook in de kerk.

Het spirituele tijdschrift Herademing brengt nu een aflevering uit die als geroepen komt: transitie in leiderschap. De auteurs belichten aspecten van leiderschap die we in de dagelijkse discussie nog wel eens over het hoofd zien.

Redactievoorzitter Kitty Bouwman schijft in de inleiding:

,,Als het over leiderschap gaat, is de kans groot dat het om eenrichtingsverkeer gaat: van boven naar beneden, van regeringsleiders naar het volk, van management naar medewerkers, van zorgverlener naar zorgvrager.
In deze vorm van leiderschap is er een ongelijkheid tussen beide partijen. De beweging wordt ingezet door de leider en niet door degene die begeleid wordt. De beweging moet ook de andere kant op worden gemaakt. In plaats van dat mensen worden aangestuurd, horen ze betrokken te worden, moet er naar hun ervaring gevraagd worden en moeten ze zelf voldoende aan het woord komen. Dan ontstaat er een wederzijdse verbinding die het eenzijdige leiderschap doet transformeren.”

Deze aflevering van Herademing geeft de gelegenheid om het thema leiderschap echt uit te diepen, als je de tijd ervoor wilt nemen.
En het blijft niet bij beschouwing alleen. Er wordt ook een handreiking gegeven die het thema handen en voeten geeft, praktische tips over “Wat maakt iemand tot een goede leider?” Ik zou leiders in onze dagen willen aanbevelen die tips eens door te nemen, wat? Ter harte te nemen!
Samengevat: ,,De Bijbel, paus Franciscus en de leefregel van de benedictijnen zeggen veel over goed leiderschap. Rode draad is: wees nederig en aanwezig.”

Tijdschrift Herademing, 29e jaargang nummer 113 september 2021.

Los nummer € 12,50 www.kokboekencentrum.nl/tijdschriften/herademing

Historie

HISTORIE VAN DE ST.CAROLUS BORROMEUS PAROCHIE

Op 12 juli 1837 komt er een brief van Koning Willem 1 waarin de naam Soesterberg voor het eerst als plaatsnaam gebruikt wordt. In deze brief geeft de koning toestemming voor het oprichten van de Rooms Katholieke Gemeente Soesterberg. Soesterberg en de parochie zijn dus even oud.
Ter gelegenheid van het 175 jarig bestaan van beiden heeft Wil Polman een zeer lezenswaardige serie geschreven in de “Open Deur” (Tot 2012 het parochieblad van de St.Carolusparochie).Deze serie is hier als bron gebruikt voor de eerste jaren van de parochie. Wil kon hierbij o.a. putten uit beschrijvingen van H.Banning ( S’bergse hoenderkweker, later auteur, eindredacteur “Katholieke Illustratie” en naamgever van de Banningstraat) en het originele dagboek van de eerste Soesterbergse pastoor Ludovicus Rademaker (Rademakerstraat).
Vanaf de 17e eeuw vertrokken er kleine, arme Soester boeren door de zandverstuiving en over de “berg” naar de heide waar ze in plaggenhutten gingen wonen. Er was ook nog geen kerk. De katholieken kerkten meestal in Soest. (Toegestane “Schuil- of schuurkerk.)
H.Banning vertelt: “Den Berg” behoorde voor 1837 kerkelijk tot de gemeente Soest. Het getal katholieken, uren ver in den omtrek verspreid, bedroeg ongeveer 500, waarvan de meesten behoeftig waren en bijna allen slechts een karig stukje brood verdienden. In die tijd was er nog geen straatweg naar Soest aangelegd. Het gevolg hiervan was, dat velen alsdan van de godsdienstoefeningen verstoken bleven. ’t Gebeurde ook wel dat de pastoor zich met levensgevaar vanuit Soest over Amersfoort naar “Den Berg” moest begeven, wanneer hij in de nacht bij een zieke werd geroepen en had dit des zondags in de morgen plaats, dan waren de gelovigen, van heinde en ver bijeengekomen, genoodzaakt zoolang te wachten tot de priester na zijn terugkomst het H.Misoffer kon opdragen.”
Een eigen parochie was dus zeer gewenst, maar het stichten daarvan was moeilijk. Er was o.a veel correspondentie voor nodig met de diverse instanties.
Zo laat Aartspriester Vermeulen in 1837 aan Zijne Excellentie de Heer Staatsraad Gouverneur der Provincie weten, dat hij het verzoek van de Supplianten volkomen begrijpt. Zelf is hij kapelaan in Soest geweest en weet dan ook hoe hoog de nood is.
Aartspriester Vermeulen schrijft o.a verder:”Men heeft het plan, de Kerk en de Pastorij te bouwen aan de straatweg halverwege Utrecht en Amersfoort, na bij de nieuwe school in het middelpunt van boven omschreven cirkel op de plaats Sterrenberg, behoorende aan de hoog welgeboren Edel gestrengen HEER Jonker Bosch van Drakesteijn, die edelmoedig het terrein daartoe heeft aangeboden. …. Al dadelijk bij de eerste bekend wording kwam er een intekening van een som van ruim twee duizend gulden tot stand. Niet alleen de voorvermelde HEER, maar ook Mevr. Bosch van Drakesteijn, Zijne Excellentie de Baron van de Capellen en andere Voorname personen die daar en in de omtrek wonen namen deel in dit goede werk.”
In het laatste stuk van de brief wordt gevraagd om de te benoemen pastoor jaarlijks een vast inkomen van ’s rijkswege van tenminste jaarlijks fl. 800,00, omdat “ Gemeentenaren als werklieden, heidebouwers en grond ontginners weinig of niets tot het onderhoud van den Pastoor zal kunnen worden toegebragt.” Het bedrag werd overigens fl. 600,00
Er zou wel eens gezegd zijn dat iemand die in Soesterberg pastoor wilde worden heide moest kunnen eten om te kunnen overleven (Historisch gezien is daar geen bewijs voor, maar het zegt toch wel iets).
Intussen werkt de jonge kapelaan Rademaker al 13 maanden in Stadsdam (een gehucht tussen Utrecht en de Meern) en hij heeft het daar naar zijn zin. Pastoor Clemens en hij praten af en toe wel over de op te richten statie “Op den Berg”, omdat hen wel eens iets ter ore komt. Zo ook op zondagavond 6 augustus 1837. Pastoor Clemens houdt het voor ondoenlijk in die statie werkzaam te kunnen zijn. “Maar”, zo vraagt hij aan zijn kapelaan, “wanneer men daar al eens een eene kerk en pastorie bezat, wie zou daar dan wel pastoor willen worden?” Kapelaan Rademaker hoeft niet lang na te denken: “Ik en niemand anders dan ik”.
Pastoor Clemens probeert Rademaker van dit treurige denkbeeld af te brengen. Kapelaan Rademaker blijft echter volhouden dat voor hem niets anders bewaard blijft dan de Amersfoortse heide.
En dan, op die bewuste 6 augustus komt er een brief voor kapelaan Rademaker. Nog van niets wetend en onderwijl de brief openmakend zegt hij tegen pastoor Clemens gekscherend “ja, ja; het is zoo. Ik ben pastoor van den Berg”. Hij leest de brief voor aan pastoor Clemens, die het een goed uitgevoerde klucht vond. Zelf bleef Rademaker er nuchter onder. Met de benoeming in de hand kon hij absoluut niet bedenken, noch vermoeden, hoe het zou zijn om pastoor te zijn in de Statie “Op den Berg”.
Op 7 augustus 1837, de verjaardag van de nieuwbakken pastoor, rijdt Rademaker met de kerk- meester van Stadsdam via Soesterberg, waar bijna niets te zien is, naar aartspriester Vermeulen in Amersfoort. Terwijl Rademaker daar de felicitaties voor zijn benoeming in ontvangst neemt vraagt hij waar dat Soesterberg toch moet liggen. “Gij zijt er gepasseerd en doorheen gekomen” is het antwoord. Rademaker begrijpt niet alles van het gesprek. Immers, er zou al fl. 12.000 voorhanden zijn als startbedrag. Maar: er is geen kerk, geen pastorie en geen geld. Aartspriester adviseert om eerst naar Starrenberg te rijden. Daar staat een oud herenhuis dat Mevrouw Bosch van Drakesteijn voor een noodkerk wil afstaan. Zij stelt hiervoor een bedrag van fl. 200,00 beschikbaar.
Rademaker gaat de inrichting van de noodkerk klaar maken. Er moet van alles aan gebeuren. Om een paar binnenmuren te kunnen afbreken worden schoren geplaatst tegen een buitenmuur en wordt instorten van de vervallen boel voorkomen.
Rademaker ontvangt een brief van aartspriester Vermeulen waaruit enig ongeduld blijkt over een te trage gang van zaken. Rademaker moet er maar voor zorgen dat alles snel in orde komt, omdat de aartspriester op vrijdag 1 september 1837 de noodkerk wil komen inwijden.
Na inzegening en het vertrek van alle geestelijken blijft Rademaker alleen achter; zonder woning of onderkomen omdat hij zichzelf vergeten was.
Zondag 3 september werd voor de bewoners in de statie Soesterberg een indrukwekkend feest.
’s Morgens om half zeven werd dat aangekondigd door klokgelui. Overal kwamen de mensen naar de noodkerk om de eerste H.Mis bij te wonen. De start was gemaakt en pastoor Rademaker was tevreden.
Na vele bedeltochten had pastoor Rademaker het voor elkaar.
In 1839 vond de inwijding plaats van de kerk plaats. De naam werd H. Carolus Borromeus.+ (Carolus als verwijzing naar de voornaam van de schenker van de grond voor de kerk Carolus ( Karel) Bosch van Drakesteijn.)

Na een welbesteed leven, waarin hij zeer veel voor de Carolusparochie en Soesterberg betekend heeft, overleed pastoor Rademaker in 1872. Hij werd bijgezet in de O.L.V. kapel. (In 1953 afgebroken.)
Pastoor Rademaker werd opgevolgd door de pastoors Peelen, Moes, Munninghof, Snelting en Boonekamp. Uit het parochiearchief blijkt: “Ook deze pastoors hebben op waardige wijze den grondlegger opgevolgd en allen hebben zich beijverd om Katholiek Soesterberg op voorbeeldige wijze in den dienst voor te gaan.”
Een jaar voor de Eerste Wereldoorlog “werd pastoor H. Mocking uit Delfzijl bestemd om in Soesterberg op te treden.”
In de Eerste W.O. groeide het militaire vliegkamp en daarmee ook de bevolking. Ook het aantal katholieken nam toe.
Pastoor Mocking voelde zich verantwoordelijk voor de jonge militairen (ook voor hun huisvesting) en de burgers die in het kamp van Zeist verbleven.
De in 1922 tot stand gekomen RK.School met als hoofd de Hr.Wegman eiste ook voortdurende aandacht en medeleven van pastoor Mocking. In 1924 kwam een klein woonwagenkampje tot stand. Het groeide in de loop der jaren uit tot een groot regionaal kamp. Veel bewoners horen bij de parochie. Hun kinderen gingen naar de St. Carolusschool en later ook naar de Titus Brandsmaschool. Overledenen van het (nu regionale) kamp werden (en worden) op het O.L.Vrouwe kerkhof begraven.
Met de uitbreiding van de militaire luchtvaart groeide ook de parochie in snel tempo. Pastoor Mocking zag zich voor het feit gesteld dat de bijna 85 jarige kerk te klein werd.
Er ontstonden ook veel RK verenigingen. Voor al deze instellingen heeft de pastoor een warm hart.
In 1937 werd het 100-jarig bestaan gevierd. Daarin werd ook terug gekeken. Hier volgen wat vermelde feiten uit het archief tot 1937 . “De parochie mocht uit haar midden eenige priesters en religieuzen zien geroepen. Wij noemen: Mgr. Pichot, Vicaris-Generaal van het bisdom Haarlem, Pater Woudenberg, Pater van Bergen-Henegouwen, alsmede de eerw. Zuster Woudenberg, pater Majoor, Zuster Adelia Elbertse.”
“Geleidelijk kwamen dan ook onderscheidene vereenigingen tot stand, waarvan wij slechts noemen:”
Dan volgen er liefst 18 RK verenigingen.
Ook wordt vermeld: “De parochie mag zich voorts gelukkig prijzen in haar midden te hebben het Missiehuis St.Jan, en “Cenakel”. Bijzondere aandacht verdient nog het O.L.Vrouwe kerkhof.+
In 1942 overlijdt pastoor Mocking. Hij wordt op “ons” kerkhof begraven.
Op 18 dec. 1942 midden in de tweede wereldoorlog komt pastoor Wilhelmus Welsing.
Hij was ook bezig met de extra voedselvoorziening voor de gevangenen van Kamp Amersfoort.
Zo lezen we in ”Flitsen” (over de extra verzorging van de gevangenen) uit 1946 van het secretariaat der afdeeling Amersfoort Nederlandsche Roode Kruis:” In Soesterberg zorgde de Pastoor, de Zeer
Eerwaarde Heer G.W.Welsing met medewerking ervoor, dat wekelijks 200 pakketten worden gemaakt.”
Pastoor Gerard Welsing hoefde het vanaf 1945 niet meer alleen te doen. Kapelaan Phons Welsing bleef enkele maanden, vooral voor Boschkamp (NSB) kinderen. In 1946 werd hij opgevolgd door kapelaan Bekerom en later door div. andere kapelaans. Ook kwam er assistentie van de paters van St.Jan (nu Kontact Der Kontinenten). Die extra krachten waren ook hard nodig. Het aantal parochianen was zeer toegenomen. Het kerkgebouw was met 200 plaatsen, ondanks dat de pastorie er bij getrokken werd, veel te klein. Pastoor Welsing werd dus ook bouwpastoor. Op 15 oktober 1953 werd het nieuwe kerkgebouw+ door Kardinaal Alfrink ingezegend. In 1959 ging pastoor Welsing met emeritaat en overleed in 1960. Hij werd ook op “ons” kerkhof begraven.
Pastoor Schinkel volgt hem op. Hij gaat in 1962 met emeritaat. Daarna komt pastoor de Bruyn. Ook in die periode div. kapelaans: de Bruin, v.d.Hengel, Sloot, de Wit, van Wee. In 1965 waren er 3400 parochianen, waarvan 1226 kerkgangers. In 1966 vertrekt pastoor de Bruyn naar Houten. Hij wordt direct opgevolgd door pastoor Hobbeling, die in mei 1972 vertrekt.
Op 15 augustus 1972 komt priester-past(o)or van Eijk. De nieuwe pastor draagt niet de naam pastoor, maar hoewel hij hoofdbewoner is van de pastorie zal hij zijn werk verrichten in samenwerking met de reeds aanwezige pastor van Wee, die 1973 vertrekt. In 1975 waren er 2400 parochianen waarvan 479 kerkgangers. Voor Pastor van Eijk was het duidelijk dat er ook minder priesters zouden komen. Het betekende meer verantwoordelijkheid voor de parochianen zelf. Toen in 1975 het nieuwe Reglement Besturen afkwam was de Carolus Borromeus een van de eerste die het Kerkbestuur omvormde in een parochievergadering en parochie- bestuur voor de behandeling van lopende zaken.
In schrille tegenstelling tot de motieven, waarom er destijds een nieuwe kerk gebouwd werd, is het bezoekersaantal weer fors gezakt. De hoop wordt uitgesproken dat de gelovigen verder willen groeien van consumptief Christen naar actief Christen. In 1974 komt Zr.Marie-Anne van Erve als eerste (part-time) vrouwelijke pastor om met pastor van Eijk een team te vormen. Zij voert o.a. gezinsvieringen in, houdt zich bezig met de oudere jeugd. In 1980 vertrekt pastor van Eijk. In 1980 en 1981 assisteren priester Jan Klerken en Jezuiet Peter Peelen. Pater Jules Ypma (van St.Jan) valt af en toe in. In 1982 vormt pater Jules Ypma, tot zijn dood in 1994, samen met Zr. Marie-Anne het pastoresteam. Na de dood van Jules Ypma hebben we geen eigen pastoor meer. Pater Gerard Huiskamp verzorgt dan de diensten in de Heyberg en huwelijken. Na het vertrek van zuster Marie-Anne in 2002 is er ook geen vast aanspreekbare persoon meer in de parochie. Pastor van de Zandt, aalmoezenier Duivenvoorde, aalm. Schutte, aalm. Crooymans vallen in. Vanaf 2000 assisteert pastor Piet van Hooijdonk, priester, emeritus prof. ook.
Op 1.10.2001 vormen priester-pastor P.van Hooijdonk, aalmoezenier J.Schutte en aalm. R.v.d.Vring team onder leiding van drs. J.Kodde met parochies Soest en Baarn.
Vanaf 2002 zijn er diverse pastores die een deeltaak hebben: zr. Ulrike Braun, pastor Geert Claasens, pastor Frans Overbeek, priester-pastor Wil Veldhuis, aalmoezenier Ron de Vring, pastor Piet van Hooijdonk.
In maart 2003 vertrekt drs. Jose Kodde.
In juni 2003 wordt het samenwerkingsgebied Soest, Baarn, Soesterberg (Eemland) gevormd met priester-pastor Jan Beekman, pastoraal werkster Huguette Juriaanse-Huyge en pastoraal werker Rini Bouwman. In oktober vult pastoraalwerker Bart Tieman het team aan.

(Van de periode tussen 2003 en 2011 ontbreken complete gegevens. Misschien wordt dat nog eens aangevuld).

In 2011 wordt de nieuwe parochie HH.Martha en Maria gevormd uit o.a. de geloofsgemeenschappen H. Nicolaas in Eemnes en St.Maarten in Maartensdijk. De geloofsgemeenschappen HH. Michael en Laurens in de Bilt, de Onze Lieve Vrouw in Bilthoven, de Nicolaaskerk in Baarn, de Maria Koningin in Baarn en de Carolus Borromeus die eveneens bij de HH. Martha en Mariaparochie horen, gaan allen weer terug naar ongeveer de oude grenzen van na 1837.
Zo is de cirkel dan weer rond.

Organisatie

Binnen onze gemeenschap zijn diverse groepen actief en zingt het Caroluskoor

Contact Soesterberg

Wij werken nauw samen met de Willibrord gemeenschap van Soest, samen hebben we een secretariaat, pastoraatsgroep en een locatieraad.

Secretariaat
Voor al uw vragen en opmerkingen, opgeven van intententies. Verzoeken om pastoraal bezoek, doop, huwelijk, ziekenzalving en uitvaart etc.
Op werkdagen van 09:00 -13:00 uur. Steenhoffstraat 41, 3764 BJ Soest
T: 035 – 6011320 email: secretariaatWS@marthamaria.nl

Pastoraatgroep
Marian Marijnen, email: mamarijnen@planet.nl

Locatieraad
Voor Soest en Soesterberg, beheer en onderhoud van de gebouwen, de organisatie en de financiën:
Voorzitter a.i.: Jan Roest, email: jan.rita.roest@ziggo.nl
Gebouwenbeheer: Henk de Bruin, email: hvdebruin@zonnet.nl
Budgethouder: Toon Smits, email: ag.smits@kpnplanet.nl

Kerkgebouw
St. Carolus Borromeuskerk
Rademakerstraat 159,3769 LB Soesterberg T: 0346 – 351521
Vieringen: zaterdag 19:00 uur of zondagmorgen (volgens rooster)

Ziekenbezoek
Voor bezoek in ziekenhuis en verpleeghuis.
Graag contact opnemen met het secretariaat van onze parochie:secretariaat@marthamaria.nl

Parochiecentrum
‘Parochiehuis Carolus Borromeus’ Rademakerstraat 159, Soesterberg.
Reserveren via het secretariaat.